Een mogelijkheid is geen gegeven: huisvesting van arbeidsmigranten is een logiesfunctie
Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak gedaan over de vraag of huisvesting van arbeidsmigranten valt onder logies of bewoning. Een actueel onderwerp waar veel werkgevers met internationale werknemers mee te maken hebben.
In de uitspraak van de Afdeling ging het om de bouw van logieseenheden met een servicegebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Hiertoe was door de initiatiefnemer een vergunningaanvraag ingediend. De vergunningaanvraag is door het college afgewezen, omdat het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en het Bouwbesluit.
Volgens het college vielen de logieseenheden niet onder de toegestane logiesfunctie, maar zouden zij een woonfunctie hebben. De bouwtekeningen zouden duiden op woongebruik, omdat alle eenheden zijn voorzien van een eigen toegang en een gedeelde keuken, sanitair en woonkamer, en daarom geschikt zouden zijn voor bewoning. Dat bij de aanvraag is toegelicht dat het gaat om verblijf van 3 tot maximaal 6 maanden, door personen die elders hun hoofdverblijf hebben en daartoe een nachtregister wordt bijgehouden doet daar volgens het college niets aan af. Omdat het college meent dat sprake is van wonen, zou daarnaast ook niet zijn voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit, omdat voor wonen andere eisen gelden dan voor logies.
De Afdeling was het niet eens met het college. Het oordeelt dat, gelet op de aanvraag en de daarbij verstrekte nadere informatie over het gebruik, er sprake is van gebruik voor logies in de zin van nachtverblijf, en niet van wonen. Het verstrekken van logies is in lijn met de bestemming.
Over de mogelijkheid dat de eenheden zullen worden gebruikt voor wonen in plaats van logies, oordeelt de Afdeling dat de omstandigheid dat de eenheden mogelijk geschikt zijn voor bewoning, nog niet maakt dat aangenomen moet worden dat de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk wordt aangevraagd voor niet toegestaan woongebruik.
De Afdeling is dan ook van oordeel dat het college onvoldoende grond had om bij de weigering van de vergunningaanvraag uit te gaan van een niet toegestaan beoogd gebruik voor wonen. Als de logieseenheden in de praktijk alsnog worden gebruikt voor wonen, is dat een kwestie van handhaving, maar dat is niet relevant in de vergunningprocedure.
Wat kunnen we uit deze uitspraak concluderen? In een vergunningprocedure omtrent huisvesting van arbeidsmigranten dient te worden uitgegaan van het beoogde gebruik (voor logies) en niet van eventueel illegaal gebruik (voor bewoning) wat ook mogelijk zou kunnen zijn. Dat is een kwestie van handhaving.
Heeft u vragen over het huisvesten van arbeidsmigranten en de vereisten die daarvoor gelden? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.
U leest de uitspraak hier.
Juridisch advies

Themapartner
De Haij & Van der Wende is een gespecialiseerd, commercieel advocatenkantoor, gevestigd in Capelle aan den IJssel onder de rook van Rotterdam. We werken voornamelijk voor ondernemingen en (non-profit) organisaties. We adviseren cliënten op het gebied van arbeidsrecht, ondernemingsrecht, vastgoedrecht en ruimtelijke ordeningszaken.
Heeft u vragen over dit artikel of wilt u eens met onze Themapartner van gedachten wisselen?


