Terug naar hoofdinhoud

Geen nadeelcompensatie na sluiting horecaonderneming door burgemeester

Auteur: De Haij & van der Wende Advocaten

De exploitant van een horecaonderneming in Amsterdam heeft geen recht op nadeelcompensatie voor de schade die zij heeft geleden tijdens de tijdelijke sluiting van haar bedrijfspand door de burgemeester. Dat heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld in haar uitspraak van 10 juni 2026.

Het pand waarin de horecaonderneming is gevestigd werd door de burgemeester tijdelijk gesloten, nadat in augustus 2022 een explosief afging voor de deur van het pand. De burgemeester sloot het pand wegens dreiging voor de openbare orde en baseerde het besluit tevens op eerdere incidenten rondom de horecaonderneming en soortgelijke ondernemingen.

De sluiting werd een aantal maanden later op verzoek van de exploitant van de horecaonderneming opgeheven, maar die had ondertussen al aanzienlijke schade geleden door de sluiting. De schade wilde de exploitant verhalen op de burgemeester. Daarom deed zij een verzoek om nadeelcompensatie. Dat verzoek werd door de burgemeester afgewezen, omdat de schade zou vallen onder het normale ondernemersrisico van de exploitant. Laatstgenoemde was het daarmee niet eens en ging in beroep bij de rechtbank Amsterdam. De exploitant was van mening dat de sluiting niet voorzienbaar was en daarom niet onder het normale ondernemersrisico kon vallen. Daarnaast kon haar geen verwijt worden gemaakt van de explosie, omdat volgens haar geen verband kon worden gelegd tussen de explosie en de onderneming.

De rechtbank volgde de standpunten van de exploitant niet. Een tijdelijke sluiting van een (bedrijfspand van) een horecaonderneming wegens openbare ordeverstoringen behoort volgens de rechtbank namelijk tot het normale ondernemersrisico. Daarbij was onder meer van belang dat de horecaonderneming in een omgeving met woningen en een hotel is gesitueerd en de explosie daarom een ernstige verstoring van de openbare orde veroorzaakte. Dat de burgemeester daarna tot sluiting van het pand overging was een normale en te verwachten reactie, waardoor de maatregel voorzienbaar was.

Dat de explosie de horecaonderneming niet te verwijten was, maakte dat niet anders. Ook wanneer een ondernemer zelf niets verkeerd heeft gedaan, kan schade toch voor rekening van de ondernemer blijven, als die schade voortvloeit uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering. Het exploiteren van de horecaonderneming, zeker op een plek waar ook woningen aanwezig zijn, brengt bepaalde veiligheids- en openbare orde risico’s met zich mee. 

Uit deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam volgt dat schade als gevolg van een rechtmatige sluiting van een (horeca)onderneming wegens een openbare ordeverstoring in beginsel niet voor nadeelcompensatie in aanmerking komt, wanneer die schade onder het normale ondernemersrisico valt. Daarbij is vooral de voorzienbaarheid van de sluiting van belang. Als sluiting een normale en te verwachten reactie is, zal de daaruit voortvloeiende schade normaliter voor rekening van de horecaonderneming blijven.

U leest de uitspraak hier. 

Juridisch advies

Themapartner

De Haij & Van der Wende is een gespecialiseerd, commercieel advocatenkantoor, gevestigd in Capelle aan den IJssel onder de rook van Rotterdam. We werken voornamelijk voor ondernemingen en (non-profit) organisaties. We adviseren cliënten op het gebied van arbeidsrecht, ondernemingsrecht, vastgoedrecht en ruimtelijke ordeningszaken.

Heeft u vragen over dit artikel of wilt u eens met onze Themapartner van gedachten wisselen?